woensdag 14 december 2011

Strong Arm Cider

Ik ben weer aan het experimenteren met cider. Vorige maand heb ik opnieuw cider gemaakt van biologisch appelsap. Het is eigenlijk een herhaling van experiment 1 en experiment 4, alleen heb ik deze keer gebruik gemaakt van cidergist. Het maximale alcoholpercentage dat deze gistsoort overleeft is 8%. Bij champagnegist, die ik eerder gebruikte, ligt dat op 12%, wat tot gevolg had dat mijn vorige ciders kurkdroog waren. Het lijkt erop dat cidergist wat minder actief is, want na anderhalve week gisten was de cider nog vrij zoet. Ik heb de negen flessen toch maar gebotteld, ook al bestaat de kans dat het wederom explosief gaat aflopen. Ik hou de flessen nu nauwkeurig in de gaten: bij de eerste tekenen van omhoog gedrukte stoppen, rest er opnieuw niets anders dan ontmanteling in de douchecel. 
Interessanter is mijn laatste brouwsel dat ik daags na het bereiden heb omgedoopt tot ´Strong Arm Cider´. Het trainingseffect voor de armen, nadat je circa negen kilo appels en peren hebt staan raspen met een eenvoudige keukenrasp, is namelijk aanzienlijk. Ik heb geprobeerd een mooie balans te vinden tussen bitter, zoet en zuur en heb de volgende soorten gebruikt: - 4250 gram Goudreinetten, 1500 gram Elstar, 1500 gram Granny Smith´s en 1700 gram Gieser Wildeman peren (die ik tot voor kort steevast Wilde Gieserman heb genoemd). Ik heb de appels en peren gewassen, gevierendeeld, ontklokhuisd en daarna fijn gerasp. Dat was niet fijn, want het duurde ongeveer anderhalf uur voor het klaar was, en de kramp in handen en armen begon al veel eerder. Maar ik heb doorgezet, want ik wilde - nota bene midden in het appelplukseizoen - nou toch eens cider maken van verse vruchten! Bij wijze van experiment besloot ik eerst de pulp een paar dagen te laten gisten: ik voegde een zakje cidergist, wat gistvoeding en 250 ml appelsiroop toe (toch nog even wat extra suiker). 

De emmer vervolgens afgesloten met deksel en waterslot en die gebroederlijk naast de vergistingsfles van het vorige experiment gezet. Er kwam de volgende dag wel een beetje druk op het waterslot, maar bubbelen wilde het niet. Ik heb de pulp verschillende keren omgeroerd, met een ontsmette stampotstamper, me onderwijl realiserend wat een aparte hobby ik toch heb en dat ik wellicht beter postzegels, bouwpaketten of desnoods tuinlaven kan gaan verzamelen. Maar het waterslot bleef stil, en toen bedacht ik me ineens dat de deksel misschien niet goed zou afsluiten. En jawel, ik hoorde een licht gesis bij de rand, ten teken dat het gisten wel degelijk op gang was gekomen. Dus zette ik een paar stapels boeken (andere uit de hand gelopen hobby) op de deksel en het waterslot kwam weldra tot leven!
Na drie dagen vond ik het genoeg en besloot de gegiste pulp te gaan uitpersen. Het leek me het beste om de pulp door een (grondig uitgespoelde) theedoek te persen die ik boven een andere emmer spande. C. wilde me daarbij graag een handje helpen, en ik las in haar ogen: "ik hou erg veel van je, maar je doet soms rare dingen", want dit lukte natuurlijk voor geen meter. Ik heb daarna de pulp - beetje voor beetje - in de theedoek geschept en met de hand uitgeknepen. Het steriele werken tijdens de voorgaande handelingen leek me op dat moment dan ook volkomen zinloos geweest. Het zo verkregen, half vergistte appelsap heb ik in de grote fles gedaan en dat heeft uiteindelijk nog drie weken gegist. Afgelopen maandag heb ik de cider gebotteld; de smaak is veelbelovend, maar ik ben wel eerder ten onrechte lovend geweest over mijn eigen proto-cider. Afwachten dus, minstens een maand of drie...

En om die onzekere tijd toch goed door te komen, heb ik samen met broerlief weer een kleine bestelling geplaatst bij de ciderwinkel. Want mijn eigen brouwsels naast echte Engelse ambachtelijke, biologische ciders zetten, da´s toch appels met peren vergelijken. In mijn nadeel uiteraard...