woensdag 29 juni 2011

aggressieve chutney

Ik had vorige week zeven pepers opgespaard om daar wat sambal van te gaan maken. Maar dat was te weinig volgens de sambalrecepten die ik kon vinden; dus besloot ik er een pittige chutney te maken. Een recept van mezelf (de verhoudingen kunnen weliswaar worden verbeterd, maar de basis is goed): Ik heb eerst zeven middelgrote uien gebakken in arachideolie, en die een paar keer licht afgeblust met m´n eigen appelcider. Tijdens het bakken van de uien heb ik de pepers in zeer kleine blokjes gesneden. De zaadjes heb ik verwijderd, omdat ik nog van de vorige keer wist dat deze pepers erg pittig zijn. Wat ik ook nog heb onthouden, is dat ik de volgende dag erg pijnlijke vingertoppen had, van het bijtende sap van de pepers. Dus deze keer slim geweest en latex handschoenen aangedaan. Maar - geloof het of niet - die handschoenen hielpen geen barst, want ik kreeg na afloop gewoon weer last van brandende vingers. De gehakte pepers bij de uien gedaan, en daarna 2 appels in kleine blokjes gesnipperd en die erbij gedaan. Sambal recepten raden zure appels aan, zoals Granny Smith, maar die had ik niet in huis. Dus heb ik de vertrouwde Hollandse Jonagold genomen. Hier een paar takjes van de kerrieplant (Helichrysum Italicum) en een paar laurierbladeren aan toegevoegd om mee te koken. Nog een flinke scheut appelcider erdoorheen, wat suikerstroop en ketchup erbij, en wat ketjap en azijn. Dit mengsel heb ik een half uurtje laten inkoken. Ondertussen wat kleine potjes uitgekookt, om die - zodra de chutney klaar was - af te vullen. Maar natuurlijk eerst even de chutney geproefd.... Erg lekker, maar ook heel erg pittig. Op het aggressieve af...

zondag 26 juni 2011

soepzootje

Toen ik - nog maar een half jaar geleden - enthousiast werd over tuinieren, las ik in een van mijn boeken, dat je in het begin gewoon veel moet experimenteren. En vooral ook veel verschillende groenten en kruiden moet uitproberen. Je komt er zo het snelste achter wat je leuk & lekker vindt. Dat advies vond ik erg aantrekkelijk: ik rotzooi sowieso graag maar wat aan.
Dus, onze kas van amper vierenhalve vierkante meter barst inmiddels uit z´n voegen van alles wat er in staat: een vijgenboompje, twaalf tomatenplanten (kunnen er ook dertien zijn), twee pompoenplanten (de derde staat inmiddels al buiten de kas), drie paprikaplanten en een plant met rode pepers, drie zonnebloemen (M. doet in zijn klas mee aan de wedstijd "wie kweekt de grootste zonnebloem" en wij spelen vals omdat we de enigen zijn met een tuinkas & biologische plantenvoeding), negen aardbeien-planten verdeeld over drie potten, koriander, thijm, rozemarijn, drie soorten munt (zijn allemaal wel erg gevoelig voor bladluis), citroenmelisse, marjolein (oregano!), bieslook, basilicum en valeriaanplantjes. Die laatste heb ik kort geleden gezaaid om eens te kijken of valeriaanthee inderdaad zo rustgevend is. Maar inmiddels heb ik gelezen dat je de wortels pas na drie of vier jaar kunt oogsten, dus dat wordt nog even volhouden...
Het advies om in het begin gewoon lekker veel te experimenteren heeft gewerkt. Zo heb ik mijn drie  peulenplanten inmiddels afgevoerd, omdat de opbrengst marginaal bleek. De kas is veel te klein voor het kweken van dit soort groenten. Afgelopen week heb ik de schamele opbrengst van enkele doorgeschoten peulen, gepeld en in roomboter geroerbakt, bij wijze van lunch opgegeten. Wel heel erg lekker overigens!
Een ander leerzaam experiment, dat zijn mijn pompoenplanten (en dan vooral mijn manier om ze via stokken en touw omhoog te leiden). Ze doen het op zich geweldig, maar ik kom er nu achter waarom dit toch typische bodemplanten zijn; die pompoenen worden natuurlijk veel te zwaar om te kunnen blijven hangen. Dus moet ik kiezen: ofwel voor elke pompoen een ingenieuze hangmat verzinnen, of ook deze planten elimineren om nog meer ruimte vrij te maken voor onze absolute favoriet: de tomaat...

vrijdag 10 juni 2011

geniet met tomate

Wij zijn gek op tomaten. Onze tuinkas staat dan ook vol met verschillende soorten tomatenplanten. Allemaal hebben ze gele bloemen en de meeste zitten al vol met kleine, groene vruchten. Het rijpen duurt alleen wat lang. Maar gisteren hadden we dan toch onze eerste cherrytomaat. En die was het wachten meer dan waard! We hebben zelden zo´n lekkere, zoete tomaat gegeten. En dan hou ik er al rekening mee dat je eigen kweek sowieso veel lekkerder smaakt. 
Gelukkig zitten er nog veel meer in de pipeline. Maar de meeste zijn nog niet rijp, dus is het voorlopig nog even genieten met mate...

Slainte Mhath!

Mijn broer is kok. Hij is de geestelijk vader van de productlijn Slainte Mhath - pure celtic food. Alleen de beste, eerlijke (en dus biologische) chutneys en andere delicatessen krijgen het predicaat ´Slainte Mhath´. Dat staat voor ´goede gezondheid´, en verwijst naar onze Keltische roots. De producten zijn op dit moment alleen nog beperkt verkrijgbaar in kleine familie- en vriendenkring.
Mijn broer is ook op andere vlakken erg creatief. Afgelopen week ontving ik het eerste exemplaar van de Slainte Mhath nieuwsbrief, waarin de organisatie zich excuseerde voor de vertraagde levering van enkele nieuwe chutneys en jams. Oorzaak was dat de maker van de etiketten - na herhaald verzoek - nog  steeds niet in productie was gegaan...
Oeps, dat was ik inderdaad nog vergeten. Dus snel maar even die etiketten voor hem geprint. En ik heb - geheel in de huisstijl van Slainte Mhath - voor mijn eigen cider een etiket ontworpen. De cider, op basis van het biologische sap van appel en zwarte bes, past erg goed in de productlijn van Slainte Mhath. Maar daar mag de grondlegger binnenkort zelf natuurlijk zijn oordeel over vellen.

donderdag 9 juni 2011

routineklus

Een paar weken geleden wist ik - wat betreft de bevruchting van de pompoen - nog ´van toeten noch blazen´. Ik schoot bij wijze van spreken al in de stress omdat ik tussen al die bloemen de vrouwelijke niet kon vinden. Achteraf bleken het dan ook allemaal mannetjes te zijn en de vrouwtjes lieten nog even op zich wachten (what´s new). Hoe anders is dat tegenwoordig. Kom ik vandaag thuis, zegt mijn dochter terloops: "O ja, pap, we hebben vandaag die pompoen nog even bevrucht". En haar vriendin voegt eraan toe: "Ja, we moesten snel zijn, want de bloem begon al een beetje te verwelken".
Ik moet even denken aan een stukje van Godfried Bomans. Hij schreef ooit iets over de boer, die - anders dan de stadse mens - de natuur niet als ´natuur´ ervaart. Hij maakt er namelijk veel meer deel van uit; hij is de natuur. Ik denk dat dat voor kinderen ook een beetje geldt...

zondag 5 juni 2011

cider #6 gebotteld

Mijn vorige cider heeft precies een week gegist en toen kon ik ´m bottelen. Mijn laatste cider - op basis van siroop van appel en zwarte bes - heeft wel ruim drie weken gegist en zelfs toen stond er nog wat druk op de fles. De laatste week pruttelde het waterslot nog maar af en toe, dus eergisteren besloot ik om te gaan bottelen. Dat was een goede keuze want de hydrometer gaf aan dat vrijwel alle suiker was vergist. De reden dat deze cider zo lang gistte, zit ´m in het hoge suikergehalte bij aanvang. Ik had zoveel suiker aan de most toegevoegd, dat het soortelijk gewicht op ruim 1080 uitkwam. En dat levert een alcoholgehalte van ronde de 11 % op. Ik heb nog nooit zo´n sterke cider gemaakt en het is de vraag of het een succes gaat worden. Want de smaak van de proto-cider was vooral ´sterk alcoholisch´. Geen spoor van appel of zwarte bes te bespeuren! Voor het bottelen heb ik aan elke fles nog een theelepel suiker toegevoegd, in de hoop dat de cider nog wat koolzuur op de fles gaat vormen. En dan is het voorlopig maar even afwachten hoe deze zich gaat ontwikkelen...

zaterdag 4 juni 2011

croquettes ordinaires

Is er ooit wel eens iemand geweest die van verschillende gerechten de factor ´lekker´ tegen de factor ´gedoe´ of ´moeite´ in een grafiek heeft uitgezet? Als je het zou doen, dan weet ik zeker dat het maken van kroketten in de categorie ´zeer ongunstig´ zou vallen. Waarom doe ik het dan toch? Waarschijnlijk omdat L, die helemaal niet van kroketten houdt, na mijn eerste zelfmaak-kroketten vroeg: "Papa, wil je onthouden dat ik dit heel erg lekker vindt?" OK, wij vinden ze allemaal erg lekker, maar je wilt niet weten hoe lang je ermee bezig bent. Maar voor het geval je dat wel wil, volgt hieronder mijn bereidingswijze.
De avond tevoren heb ik een halve kilo rundvlees in roomboter gebraden en daarna een paar uur laten sudderen, totdat het draadjesvlees bijna uit elkaar viel. Ik heb alleen twee laurierblaadjes, wat water en wat zout toegevoegd. Daarna het vlees in de koelkast gezet en de volgende dag verder gegaan: eerst drie uien fijngehakt en in boter gefruit. Vervolgens heb ik een roux gemaakt van 60 gram boter, 60 gram tarwebloem en de bouillon van het rundvlees. Er is ongeveer 3 dl bouillon ingegaan, maar ik doe dat vooral op gevoel: de roux moet lekker dik blijven. Hier heb ik de gefruite uien aan toegevoegd, en nog een gesnipperd uitje, en de volgende kruiden: een paar takjes rozemarijn, drie salieblaadjes en flink wat selderij. Allemaal uit eigen kas! Toen het vlees er doorheen geschept, en op smaak gebracht met wat peper, zoete ketjap en zout. Vervolgens moet dit mengsel opstijven in de koelkast.
Na een paar uur kon ik dan eindelijk beginnen met de kroketten: eerst op de snijplank de vulling als dikke plak in repen verdeeld. Daarna met de hand kroketten gevormd, die achtereenvolgens door een bord met bloem, opgeklopt ei, en paneermeel gehaald. Dat laatste moet je twee keer doen, wat erg jammer is, want het is een vervelend klusje: je paneert niet alleen de kroketten, maar ook je vingertoppen. En uiteindelijk had ik dan ruim twintig kleine zelfmaakkroketten. Die gingen - na een half uurtje opstijven in de koelkast - bij 180 graden het frituur in. De timer hoef je niet te zetten, want zodra de eerste beginnen open te barsten zijn ze klaar! NB De verhouding vlees/ragout is met deze hoeveelheden wel erg riant. De volgende keer kan ´t wel wat minder vlees...

woensdag 1 juni 2011

appel-rabarber-chutney

Een paar weken geleden kocht ik bij ons tuincentrum een rode peper plant. Ik kook zelden met Spaanse pepers, maar de plant was te mooi om te laten staan. De pepers die er al aan hingen waren op dat moment nog groen, maar volgens het kaartje zouden ze rood worden. En pittig. Toen ik ze bij thuiskomst telde, waren het er precies dertien. Op zich jammer, maar omdat ik niet in bijgeloof wil geloven, heb ik ze er allemaal aan laten hangen. De afgelopen week werden er een paar rood en dus rijp; ik moest maar eens wat verzinnen voor die pepers. Ik heb gezocht naar een recept voor sambal en vond iets op deze site. Rabarber-appel sambal! Dat leek me leuk om te maken, vooral omdat ik toevallig rabarber in huis had gehaald. Voor dit recept heb je ook koriander nodig, en daarvan heb ik genoeg staan. Opgekweekt in eigen kas! Ik heb wel een eigenwijze draai aan dit recept gegeven en ik noem het dan ook ´appel-rabarber-chutney´: 
Snijd twee appels (Granny Smith) en drie rabarberstengels in kleine blokjes. Doe die in een pan met 100 gram suiker en een paar eetlepels azijn. Breng dat aan de kook. Snijd ondertussen een paar Spaanse pepers in kleine blokjes (ik heb de zaadlijsten verwijderd) en doe het zelfde met wat teentjes knoflook. Voeg dat bij de kokende appel en rabarber. Beetje citroensap toevoegen (had ik niet in huis dus ik nam voor de smaak wat citroenmelisse uit eigen kas), en als de chutney bijna is ingekookt de fijngehakte koriander erbij. Toen ik tijdens het koken de vreemde, weeïg zoete geur opsnoof, dacht ik: laat maar zitten, dit wordt helemaal niks...
Ik heb toch doorgezet en een paar potjes uitgekookt en gevuld. Maar nu ik de afgekoelde chutney een paar uur later proef, blijkt die erg lekker geworden. Had wel wat pittiger gekund, maar de smaak is voor mij verrassend nieuw en subtiel. Door de koriander en het pittige is het weliswaar ´India´ wat ik proef, maar toch ook weer helemaal anders. Lekkerrr.