maandag 12 september 2011

appelsambal

Beter een goede buur dan een verre vriend, maar liever nog allebei. Zo proefde ik ooit bij mijn goede vriend P. een geweldige appelsambal, die hij van zijn Indonesische buurvrouw had gekregen. Best mogelijk dat die ook in de betere toko verkrijgbaar is, maar in de reguliere winkels ben ik zo'n sambal nooit tegengekomen. Met andere woorden: zelf maken! Gelukkig blijft onze rode peperplant goed produceren, dus kon ik met pepers uit eigen kas aan de bak:
Eerst twee uien gesnipperd en in zonnebloemolie gefruit. Hier een hand vol fijngesneden kerstomaten aan toegevoegd. Daarna twee Elstar appels in kleine blokjes gesneden, en vijf pepers fijngehakt, en dit met de uien en tomaten laten meebakken. Dit mengsel na een paar minuten afgeblust met wat appelcider azijn en verder op smaak gebracht met een flinke theelepel kerriepoeder, wat ketjap, zout en een beetje suikerstroop. Daarna de sambal even met de staafmixer fijngehakt en nog een keer kort gebakken. En uiteindelijk hield ik van dit alles niet meer dan twee kleine potjes sambal over. Niet heel veel dus, maar wel heel veel smaak.
Ik ben geneigd dit stukje te besluiten met een flauwe woordgrap over hoe deze sambal heet, maar die ligt te veel voor de hand. Wel scherp blijven...

zaterdag 10 september 2011

´sombere´ zomer

Laatst zag ik een weerman op tv, die de afgelopen zomer bestempelde als ´de natste, koudste en dus meest sombere zomer van de afgelopen 100 jaar´. Ik ben niet het type dat hier nou meteen een groot punt van gaat maken, met ingezonden brieven en berichten op meteorologische fora. Maar ik wil toch even wel kwijt dat ik het met de kwalificatie ´somber´ niet eens ben.
Want als ik ergens somber van word, dan is het zo´n zomer, met wekenlang hetzelfde, bloedhete weer. En dat je weet dat het de komende tijd ook zo zal blijven. Zo´n zomer, met strakblauwe, eindeloos lange dagen, waarin de huis- tuin en keukendeur wordt platgelopen door de kinderen met daar achteraan grote aantallen vaag bekende vriendjes uit de buurt die zeuren om limonade en snoep, of je hun waterballonnen kunt vullen, waar de wc is en of het zwembad in de tuin nou eindelijk kan worden opgezet. Ok, ik overdrijf weer. Ik wil maar zeggen dat ik zelf meer van ´het wisselvallige´ ben. Ook als dat betekent dat het wat vaker nat is.
En, dat is meteen ook goed voor mijn nieuwe interesse: (liefst eetbare) paddestoelen! Die verschijnen dan wellicht wat vaker in de kas. Neem nou die prachtige witte kelkjes hier op de foto. Ze groeien in de houten bak, tussen de marjolein, munt, salie en rozemarijn. Geen idee welke soort het is; ze lijken een beetje op de bokaalkluifzwam, maar waarschijnlijker is het, dat ze tot een van de vele soorten bekerzwammen behoren.
En ook deze twee kleine paddestoelen, die ik tussen de aardbeienplanten vond, kan ik - letterlijk en figuurlijk - nog niet thuisbrengen. Ze lijken op gordijnzwammen, maar daar zijn heel veel soorten van, en een aantal is giftig.
Enfin, voorlopig waag ik me nog niet aan het eten van de obscure soorten die ik vind. Anders zou deze zomer wel heel erg somber kunnen aflopen.

zaterdag 3 september 2011

terug naar de natuur

Nog even over onze vakantie in Noorwegen. Die was om verschillende redenen fantastisch, ik noem er hier slechts enkele: afgezien van een handjevol steden en een paar prachtige staafkerken is er verder weinig ´cultuur´, die je gezien moet hebben. En dat geeft rust. Aan de andere kant is er een overweldigend aanbod ongerepte natuur, waar je bovendien bijna niemand tegenkomt. En dat geeft nog meer rust... 
Geen wonder dat mijn lichaam zich in de eerste week van de vakantie overgaf aan een veel te lang uitgestelde, aan griep grenzende verkoudheid. Op zich jammer, maar tegelijkertijd kon ik mijn nieuwe hobby, het-zoeken-van-geneeskrachtige-planten-en-kruiden-in-de-vrije-natuur, volop in praktijk brengen. Ik ben me in eerste instantie dan ook vooral te buiten gegaan aan verse bladeren van de paardebloem, want die zitten schijnbaar barstensvol met vitamine C. Dat ze bitter zijn, dat staat ook in mijn veldgidsen, maar de Noorse paardebloem zoekt wat dat betreft de grenzen van het toelaatbare op. 

Er zijn mensen die beweren, dat als iemand op een zeker moment bepaalde kruiden nodig heeft, dat die kruiden ook in zijn directe omgeving te vinden zijn. Ik ben zelf niet zo holistisch ingesteld, maar opvallend was het wel dat het, pal naast onze hytte, vol stond met Moerasspirea. Al doende leert men, en ondertussen weten we ook dat - als je je in het Hoge Noorden bevindt en er in de omgeving veel moeras- spirea te vinden is - dat er dan ook veel muggen zijn. Echt heel veel muggen. Maar daar gaat het nu even niet over. 
Moerasspirea is de eerste plant waar men de stof salicylzuur in heeft ontdekt; dat is de werkzame stof in aspirine. Inderdaad, het woord aspirine komt van spirea, aangevuld met de letters in. Deze plant wordt van oudsher al toegepast bij o.a. verkoudheid, gewrichtspijn en zelfs obesitas. Ik kom overal voor in aanmerking, dus ben ik van de verse bloemen eens thee gaan zetten: de smaak van spirea is heel erg bitter en tegelijkertijd heeft het een aangename, zachte amandelsmaak. Puur is het niet echt lekker, maar met een scheut ahornsiroop is het best goed te doen. Over ´niet lekker, maar wel gezond´ gesproken; ik heb deze vakantie ook nog thee getrokken van jonge berkenbladeren. Daar zit ook veel vitamine C in, is bloedzuiverend en goed bij blaasaandoeningen. En - dat begint op mijn leeftijd ook een issue te worden - het wordt toegepast in haargoeimiddelen.
Enfin, mijn verkoudheid heeft zoals gewoonlijk een week geduurd. Maar ondertussen ben ik weer een paar natuurlijke smaakervaringen rijker. En dan heb ik het nog niet eens gehad over gekookte engelwortel, of thee van klaverbloem. Nou ja, misschien een andere keer...