Posts tonen met het label Groene Hart. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Groene Hart. Alle posts tonen

woensdag 8 augustus 2012

Kamille

Zwaar irritant natuurlijk, als je - voor een goed gesprek - samen met een vriend een stuk gaat wandelen en dat hij dan steeds naar de grond duikt om een of ander bloemetje of kruid te bestuderen en fotograferen. Voor de duidelijkheid; die ´vriend´ dat ben ik zelf. Gelukkig heeft A., met wie ik de avondwandeling door de weilanden maak, daar totaal geen probleem mee. Al was het maar omdat ik zelf ook vrij vergevingsgezind ben, zodra hij een of ander zakelijk telefoontje krijgt...
Ik wil maar zeggen dat mijn fascinatie voor eetbare en geneeskrachige planten duurzaam blijkt. Zo zag ik tijdens deze wandeling langs een weiland ´echte kamille´ staan, die volgens mijn plantengids ´vrij algemeen´ voorkomt, maar ondertussen wel steeds zeldzamer wordt. Het schijnt dat - in tegenstelling tot veel andere in de volksgeneeskunde gebruikte planten -  de antibacteriële werking van kamille experimenteel is aangetoond. Het werkt bij maagzweren, mond- en keelholte ontstekingen, indigestie, nekpijn, etc, etc. Bijna jammer dat ik op het moment nergens last van heb, nu ik dit natuurlijke medicijn heb kunnen spotten! Alhoewel, ik lees nu dat kamille ook met succes wordt toegepast bij aambeien, dus prijs ik mij gelukkig dat ik op het moment vrij ben van lichamelijke klachten...

dinsdag 13 maart 2012

ik hangop

In het boek over het Groene Hart, ben ik aangekomen bij het hoofdstuk over Zuivel. Dat is namelijk het thema van de maand maart. Ik had me nooit afgevraagd waar het woord ´zuivel´ vandaan zou komen, maar hier lees ik dat het is afgeleid van het Oudsaksische ´subal´, wat weer uit het Oudindische ´supa´ zou komen en soep of saus betekent. Dat weten we dan ook weer. 
Niet geheel zonder zelfspot, wordt onder de noemer ´culinair historisch erfgoed´ een aantal zuivelproducten op een rijtje gezet zoals: goornat, rijstebrij, smoort, jan-in-de-zak en hangop. Inderdaad niet direct dat het water je hiervan in de mond loopt, maar toch wilde ik eens kijken of ik zelf ook hangop kon maken. En vooral hoe dat dan smaakt. Dus heb ik dit weekend een pak yoghurt in een natte kaasdoek gegoten, en dat onderaan een pollepel in een grote pan gehangen. It´s as simple as that. Je zou verwachten dat de yoghurt na verloop van tijd gewoon door die doek heen loopt, maar dat gebeurt niet. Er druppelt alleen langzaam wat wei-achtig vocht door de doek, en na een halve dag hangen, is dat ongeveer de helft van de oorspronkelijke hoeveelheid yoghurt. Ik heb dat vocht direct door de gootsteen weggespoeld, maar ik las zojuist dat dit dus het zogenaamde goornat is, en dat het ondanks de benaming best goed drinkbaar zou moeten zijn. Hè wat jammer nou...
Dan de hangop. Bij het uitpakken bleek de yoghurt een vrij stevige, plakkerige bal te zijn geworden. Impressie van de eerste hap: op z´n zachtst gezegd niet geweldig. Ik heb het dan niet zozeer over de smaak, maar vooral het enorm droge mondgevoel, en de ongelofelijke dikte van de hangop. Zo zwaar en droog dat je het bijna niet krijgt doorgeslikt! Maar als ik verder eet, en mijzelf richting het midden van die zware bal werk, wordt de structuur lichter, minder droog en smeuïger. De smaak is minder zuur dan de yoghurt, waar het mee begon en komt nog het best in de buurt van kwark. Je kunt je voorstellen dat dit best OK kan smaken, als je het als desert in een of ander Zwols toprestaurant krijgt geserveerd, met rabarberschilfertjesijs, bosaarbeitjes en steranijs..
En toch vind ik de hangop niet echt voor herhaling vatbaar. Maar als ik dezelfde regel volg als die we voor de kids hebben ("je mag pas zeggen dat je iets niet lust als je het tenminste zeven keer hebt geproefd") dan zou ik mezelf nog minstens zes kansen moeten gunnen... Eerlijk zeggen? Weinig kans daarop! Ook al realiseer ik me terdege, dat ik daardoor misschien wel nooit zal weten hoe eerlijk, ambachtelijk goornat smaakt. Het zij zo!

dinsdag 28 februari 2012

offline


Gek is dat: ik kijk bijna geen televisie meer, en toch vraag ik nog regelmatig of er vanavond nog wat op tv is...
Het gaat mij er nu even niet om dat ik het type ben dat zoiets liever aan iemand anders vraagt, dan zelf even in de gids te kijken. Het punt is juist, dat ik nog met één been sta in de oude wereld, waarin men consumeerde wat via een beperkt aantal kanalen werd aangeboden, en met het andere in een zelfbewuste generatie die zelf online kiest welke boodschappen en beelden zij tot zich neemt. Van dat soort dingen word je je bewust, als het systeem even hapert. Lees: als de internetverbinding er een flinke tijd uit ligt, zoals gisteren het geval was. Afgezien van de frustratie die het van de buitenwereld afgesloten zijn met zich meebrengt, vond ik het achteraf wel weer komisch dat ik het vertier letterlijk en figuurlijk dicht bij huis moest zoeken:
ik besloot het boek “Groene Hart, van bodem tot bord” te lezen, dat ik een paar dagen eerder in de plaatselijke boekhandel had gezien, en daar niet kon laten liggen. Afgezien van de beroerde titel, die doet vermoeden dat het boek zou gaan over het ambachtelijke proces van rivierklei tot servies, is het verder een aangenaam boek. Verondersteld dat je houdt van alles wat met eten uit de buurt te maken heeft, natuurlijk. Want daar gaat het boek over: streekproducten uit het Groene Hart, met veel informatie en verhalen over de (veelal biologische) producten, makers, bereidingswijzen, historie, etc. En dat doen de schrijvers aan de hand van de maanden van het jaar, waar telkens een bepaald thema aan wordt gekoppeld. Zo is februari de maand van de wintervoorraad. Dit hoofdstuk gaat over honing, jam, wecken, en opbergen.
Aardig van het boek is dat het ook een beetje leest, zoals je tegenwoordig achter de computer van website naar blog, van tweet naar post zit te zappen; het zijn korte en vlotte artikelen die samenhang hebben, maar het thema vanuit verschillende invalshoeken belichten. En de vergelijking met het internet gaat ook op, waar het de gesponsorde boodschappen betreft, want in elk hoofdstuk staan een paar infomercials over relevante producenten, restaurants of kwekers. In dit geval vind ik dat wel prima, en zo weet ik inmiddels dat ik – als ik in de buurt ben – zeker eens bij Corrie van ´Hoeve Rietveld´ in Woerden langs moet gaan, voor haar brede assortiment ambachtelijke chutneys, jams en confituren, die ze daar al sinds jaar en dag maakt. Met de nadruk op jaar, als ik haar foto zo zie. Anyway, in hetzelfde hoofdstuk kan ik bijvoorbeeld lezen wat het verschil is tussen jam (komt van het Engelse ´to jam´ wat in dit geval staat voor ´samenpersen´) en een confiture, waar hele vruchten in zitten. En allerlei andere technische of historische wetenswaardigheden. Wist u bijvoorbeeld al dat het woord ´sprokkelmaand´, komt van het Latijnse woord voor smerig (´Spurcalia´), dat de Romeinen nogal eens gebruikten als ze het hadden over de Germaanse vruchtbaarheidsfeesten die hier in februari plaatsvonden? Ik niet.
Kortom, een leuk boek, dat zelfs een goed alternatief is, als de verbinding met het wereldwijde web het wel gewoon doet.